NEPPAAR- door Nicole Smit-Schilder en Robert Beernink  
 
 
Het is zeven uur in de avond. De kinderen hebben gegeten en rennen achter elkaar aan om de tafel. Josje grijpt naar het lange stroblonde haar van haar oudere zus, die luid giechelend vooruit springt. Carmen kijkt van de klok naar buiten. Geen zicht nog op Bas, haar man. Boos neemt ze een spiegeltje in de hand en speurt haar gladde huid af op onregelmatigheden. De kinderen probeert ze te negeren. Het lawaai in de kamer is oorverdovend. Eindelijk rijdt de zwarte Porsche het terrein op. Het is half acht. Met een ruk staat Carmen op. De strakke velours trainingsbroek zit strak om haar billen gespannen. Roze, haar lievelingskleur. Haar ogen glimmen fel als de deur wordt geopend. Bas komt doodgemoedereerd binnenlopen. Tenniskleding aan.
  'Waar bleef jij?' sist Carmen boos. 'Het is woensdag, weet je nog? Girlsnight.'
  Bas schokschoudert. 'So what. Ik wilde tennissen. '
  Zonder verder iets te zeggen, stormt Carmen de deur uit. Ze kan de convertible maar net langs de Porsche sturen. Het rechter voorwiel ploegt door de border met rozen.
  ‘Kutbloemen,’ moppert ze, als ze tegen de linkerachterkant van de Cayenne schuurt. ‘Waarom zet hij die klotenbak ook zo protserig op de oprit?’ Voor ze de straat op draait, kijkt ze even in de verlichte spiegel in de zonneklep, schikt haar halflange haar en stipt de lippenstift en mascara nog iets bij. De buurvrouw van links loopt met haar twee leeuwhondjes voor de auto langs, ziet haar en steekt de duim omhoog. Carmen ziet er blijkbaar goed uit. Dat stemt haar blij, zeker als die buurvrouw dat vindt. Haar man rijdt in een Q5 en zij zelf in een Q3. Een leeuwhondje is ook wel iets voor haar. Kost een paar centen, maar dan kun je je ook te voet fatsoenlijk vertonen in deze buurt. Voorzichtig rijdt Carmen de oprit af en kijkt goed naar links en rechts. Ze wil niet dat ze één van die hondjes tot gehakt vermaalt. De fietser die ze wel bijna van de sokken rijdt, wil ze niet zien. Ze laat zijn gevloek en getier voor wat het is, want ze heeft haast. Haar vriendinnen zullen al wel aan de smoothies zitten in Sauna ReetZweet. Geen paniek. Ze kan zo uit de kleren schieten en in haar badjas. Ze heeft een hekel aan zweten, maar van uren bubbelen en kijken naar mooie, glad geschoren naakte mannen, kan ze helemaal vol schieten.  
 
Bas smijt zijn sleutelbos op de glimmende dure tafel. Kersenhout. Wilde zij hebben. Per se deze tafel. En waarom? Was een gewone tafel te min? Boos kijkt hij naar de kinderen. Ze zijn er. Hij is er. Geen van hen komt naar hem toe om hem te begroeten. Doen ze nooit. Ook het werk van Carmen, die berekenende slet. Wat zal die hoer nu doen? Hij weet het wel. Rondhangen met 'vriendinnen' in de sauna. Nou, hij heeft zo zijn eigen vriendinnen. Carmen met haar treurige tietjes die voor borsten moeten doorgaan mag haar goddelijke gang gaan. Hij heeft zijn oog laten vallen op de buurvrouw. Die met de hondjes. Verlekkerd smakt hij met zijn lippen en begeeft zich naar de keuken. Het valse kreng heeft een kliekje voor hem achtergelaten. Bami, waaruit al het vlees is weggevreten. Woest schrokt hij alles naar binnen. Dan gaat hij zitten en droomt van de buurvrouw. Zijn lul groeit bij de gedachte. Dan tikt er iemand op zijn schouder. Een kind. Hoe heet het ook alweer?
  'Mag ik een snoepie?' wil het weten.
  'Nee,' zegt hij bars. De ogen kijken droevig terug en hij bedenkt zich. 'Goed, het mag. Maar jullie moeten dan wel beneden in het souterrain gaan spelen.' De kinderen juichen en vertrekken met een grote zak smarties naar beneden. Mooi, dan kan ik nu bedenken hoe ik de buurvrouw ga neuken, denkt hij likkebaardend. Hij laat de knokkels van zijn handen een voor een knakken en staat op. 
 
Twee kinderen, een met die dikke wijsneuzenkop en de ander met haar van meet af aan al mega brede stuit voorop, hebben zich er door gewurmd. Vergeleken met die van haar vriendinnen heeft zij schaamlippen waarmee je sneeuw kunt ruimen. Bijzonder dat zo’n klein piemeltje zulk nageslacht kan produceren. Als ze neuken, voelt ze meestal niet of hij er al in zit. Bovendien kijkt ze tijdens de daad het liefst naar een herhaling van Boer Zoekt Vrouw, waarin zo’n stadse kuthola hengstensperma leert opvangen en in haar klunzigheid helemaal onder komt te zitten. Zo’n hengstenlul, die zou haar G-spot wel vinden. Ze is hem zelf al jaren kwijt; al haar lustknobbels hebben zich teruggetrokken in het dichte oerwoud. Tijd voor een guerrilla oorlog denkt ze, en vanuit haar lage positie in de dampende jacuzzi observeert ze de omgeving.
  Haar vriendinnen liggen ontspannen met hun hoofden achterover op de rand van het bad. Hun knieën steken net boven het water uit en gaan steeds iets verder van elkaar. Carmen weet dat ze elkaar vingeren onder het bubbelen. Haar niet, ze vinden het eng om in die lubberende lappen te wroeten. Ondanks al die hangende dikke buiken, vormloze tieten en door striae getekende billen om haar heen, voelt Carmen zich ongelukkig. Misschien een plastische doos reconstructie? Met de mannen is het al niet veel beter gesteld. Slechts een enkele gave leuter ziet ze bovenlangs gaan. En wat te denken van die oude schrompelige pikkies met een jonge strakke deerne aan de arm. Oud geld koopt nieuw vel. Ze kijkt op en ziet dat het iemand uit haar buurt is. De man van de vrouw met de leeuwhondjes. Is hij hier met zijn dochter? 
 
Bas begeeft zich naar de slaapkamer. Hij werpt een verachtelijke blik op bed waar aan het hoofdeinde roze satijnen kussens met roezels opeen gestapeld liggen. Zuurstok roze. Haar smaak, haar zin. Hij neemt een zwart pak van een hanger en kleedt zich zorgvuldig. Een goede spuit aftershave en een lik gel door het sluike haar. De spiegel toont hem een knappe, hongerige man. Ergens in het laatje liggen een pakje condooms en zijn sigaretten. Verboden en verstopt onder oude brillenkokers en losse tijdschriften. Lichtvoetig wipt hij de trap weer af naar beneden en opent het kleine barretje in de kamer. Een flinke slok whisky zal hem moed bieden.
  Hij bekommert zich niet om de kinderen en verdwijnt naar buiten. De buurvrouw met de hondjes is zijn doelwit. En hij zal beet hebben. Glurend door de bosjes betreedt hij haar tuinpad. De grote auto van de buurman staat er niet. Mooi zo. Hij sluipt naar het raam. Is ze wel thuis? Het is lastig om wat te kunnen zien, maar hij ziet haar liggen. Op de bank met de borsten ontbloot, het achterhoofd naar hem toe gericht. De lange blonde haren wuiven brutaal heen en weer. Zijn mond wordt droog. Blijkbaar komt hij als geroepen. 
 
In ReetZweet is het Aufguβ tijd. In de houten cabine zitten ze hutje mutje tegen elkaar aan. De saunamedewerker druppelt heerlijk ruikende oliën op de gloeiende stenen en begint met een handdoek in het rond te wapperen. Bloedhete lucht slaat de blote massa om de oren. Een enkeling houdt het niet vol en vlucht naar buiten, de koelte in. Carmen wil ook weg; ze heeft zich door haar vriendinnen laten ompraten om deze speciale behandeling mee te maken. Te ondergaan, is een betere omschrijving, denkt ze mokkend. Ze wil eruit, maar kan niet. Haar glipmaatjes zitten aan beide kanten ongegeneerd wijdbeens naast haar en versperren haar zo de weg naar de uitgang. De jonge blom van de buurman houdt het ook voor gezien en verlaat de hut. Iedereen schuift wat op, waardoor Carmen, met een onduidelijke verontschuldiging, zich uit de grote voeten kan maken, achter haar aan. Als ik toch nu nog zo’n reet had, denkt Carmen. Niet dat ze hem actief gebruikt. Alleen passief. Als eenrichtingsstraat. Bas heeft wel eens gevraagd of hij Bassie er achterin mocht parkeren, maar Carmen gruwelt al bij de gedachte en wees hem meteen kort voor de kont terecht. Bovendien moest hij voor straf vier maanden zijn jongeheer buiten stallen. Intussen is ze buiten en ziet buurmans bijslaap voorzichtig de bosjes in sluipen.
  Het is donker, maar Carmen kan de ronde bollen gemakkelijk volgens; ze glijden als kapmessen door de begroeiing. Sauna ReetZweet heeft een naam hoog te houden. Toch kan Carmen niet direct bevatten wat ze ziet. Schimmen bewegen door en op elkaar in een open plek tussen de bossage. Ze zet haar voeten iets verder van elkaar en buigt voorover om beter te kunnen zien wat zich daar afspeelt. Ineens voelt ze dat iets haar bips binnenglijdt. Een vinger? Ze schrikt op, maar het is niet onaangenaam. Misschien die geile neukgeit van de buurman? Dan hoort ze een ouwelijke krakende stem achter haar.
  ‘Dag meneer. Hoe heet jij ook weer?’ 
 
Bas drukt op de deurbel. De twee leeuwhondjes komen hard blaffend bij de voordeur. Door het glazen raam ziet hij hen springen. Hun scherpe tandjes blinken. De buurvrouw komt na een tijdje op al het tumult af. Ze gluurt door het raam en haalt de knip van de haak.
  'Hé buurman,' lacht ze, 'Wat komt u doen?' Bas probeert ongezien naar haar borststreek te gluren maar de borsten zijn keurig bedekt.
  'Suiker,' gromt hij schor. De vrouw kijkt verwonderd.
  'Wilt u suiker? Was er niemand anders thuis?' Hij kijkt haar schalks aan en ze begint te lachen. Het ijs is gebroken. 'Kom maar,' zegt ze en wenkt hem binnen. 'Ik heet Gina,' voegt ze eraan toe. 'Bas.' Ze betreden de huiskamer. Overal staan porseleinen beeldjes. De muren zijn donkerblauw geverfd. Boven de eettafel hangt een grote kroonluchter. Gina biedt hem wat te drinken aan. Ze nemen beiden een rood wijntje. De hondjes springen op de rode sofa en snuffelen aan Gina's kruis.
  'Goh,' begint Gina, 'ik wist niet dat je er zo een was. Al was Rob, mijn partner zeker van wel. ' Bas neemt een slok van zijn wijn.
  'Hoezo?'
  'Nou, je weet wel, ' glimlacht Gina en tilt haar rok omhoog. Ze draagt geen ondergoed. Bas ziet een flinke penis en een stel harige ballen. 'Ik ben een transgender. En de transformatie wordt in januari voltooid.' 
 
Carmen wil vluchten, maar ze is gespietst op de piel waarmee haar Q5 buurman Rob in haar prikt. En hij gaat behoorlijk van bil. Dat had ze die oude zak nog niet uit de broek geschud. Heen en weer schuift hij zijn geslacht op leeftijd door haar elastische sluitspier. Af en toe spuugt hij wat gelig olieachtig slijm tussen naar billen en pompt gesmeerd verder. Niks vluchten, ze ervaart iets wat ze nog nooit heeft gevoeld: een rijke stinkerd in haar gladde poeperd. Ze probeert een lage stem.
  ‘Kom Rob, wat geil. Ram door, ram door!’ De grijze voorzitter van het buurtcomité heeft nauwelijks aansporing nodig. Zijn handen verhuizen van haar heupen naar haar borsten. O, kut, denkt ze. O nee, herstel! O, kloten, denkt ze, daar gaat mijn alibi. Maar niets is minder waar.
  Rob voelt haar minitietjes en fluistert: ‘Als je wat minder zuipt, gaan ze wel weg!’ en legt er nog een wat hoger tempo op. Hij sist en steunt als een oude stoommachine maar blijft doorgaan tot hij onder luid geschreeuw een karig kwakje in haar aars spuit. Als hij zich uit haar terugtrekt, valt Carmen door het weggevallen van het houvast dat de tampeloeres van Rob biedt voorover en ziet de jonge stoot die Rob eerder die avond in de arm had liggen op het gras. Ze lacht vriendelijk naar Carmen en bekijkt de plaatjes op haar mobiele telefoon. Daarna lacht ze weer naar Carmen, maar nu wat gemener. 
 
Bas valt bijna achterover van schrik bij het zien van Gina's geslacht. Hij wrijft verbijsterd door zijn haar. Dit kan niet waar zijn. Hoe is het mogelijk. De pik van Gina roert zich en komt omhoog. Een van de hondjes laat zijn roze tongetje vlot over de flinke eikel cirkelen. Gina kreunt en Bas zit verstijfd van schrik toe te kijken. Het andere hondje staat er hijgend naast. Dan valt het oog van Bas op de pot pindakaas die op het tafeltje staat. Beverig staat hij op en doet wat wankele passen achteruit.
  'Wat jammer! Doe je niet mee?' kirt Gina zonder enig spoor van schaamte. 'Echt, het is een heerlijk gevoel. Volgens mij lust jij hier ook wel pap van!' Met open mond verlaat Bas de kamer en verlaat zwijgend en huis. Compleet van de kaart waggelt hij langs de huizen. Dan staat hij even stil en keert weer om. De deur staat nog op een kier. Waarom ook eigenlijk niet? 
 
Voordat Carmen de bosjes heeft verlaten, ligt Rob al in de kluwen van lichamen in het midden en feest vrolijk verder. Ze kan ook niet zo snel lopen, want haar gat doet vreselijk zeer. Voor het eerst in haar leven wil ze aan een statafel staan. Normaal vindt ze dat een meubel voor ordinaire zuipers, maar nu kan ze niet anders. Bovendien heeft ze dorst gekregen van haar eerste Griekse tragedie. Weggaan kan ze evenmin, want er moet eerst een oplossing komen voor de streek die de Q5 snol met haar heeft uitgehaald. Ze wil koste wat kost voorkomen dat ze ergens op internet verschijnt met die oude lul in haar reet. Bas struint de hele dag sekssites af om te kunnen rukken en haar dochters … Het zal haar niet verbazen als die er al op staan in al hun glorie. Daar is zij niet verantwoordelijk voor. Dat krijg je vanzelf met zo’n vader.
  Ze kijkt om zich heen. Waar is dat kutwijf? Ze lag niet te stapelen net in de struiken, dat weet Carmen zeker. Maar ze moet wat bedenken. Wat te doen? Dat jonge bilvlees flink aanbraden op de withete stenen van de Aufguβ kachel? Mooi idee, maar het geeft teveel ophef, wanneer ze als een levend speenvarken aan het spit, tekeer gaat. Kopje onder duwen in het bubbelbad? Dat heeft niemand in de gaten. Wat zal ze spartelen! Of gewoon een cabinedeurtje stevig vergrendelen? Het is niet druk nu in de Zweedse sauna. Maar hoe krijg je haar daar? Alleen met behulp van Rob. Ze moet zich nog een keer laten nemen, en dan pakt ze hem terug!  
 
Bas wandelt het tuinpad weer op met een bonzend hart. De deur staat nog open. Aarzelend betreedt hij de hal en friemelt aan zijn dure polshorloge.
  'Hallo?' brengt hij ademloos uit. 'Gina? Ik ben terug.' Geen respons. Vreemd, denkt hij. Het is doodstil binnen. De vogels buiten zingen hun hoogste lied. Bas gluurt om het hoekje en ziet Gina liggen op de bank. In een vreemde houding. Onnatuurlijk. Haar kruis ontbloot. Angstig nadert hij haar. Dan staat hij stil. Als een standbeeld ziet hij neer op de gedaante voor hem. Mijn god, wat is hier gebeurd?? 
 
Carmen struint heel sauna ReetZweet af, maar kan noch haar viriele buurman Rob, noch zijn jonge blonde seksmuze – ‘amuse’ is een beter woord, denkt ze vilein – vinden. Misschien zijn ze al vertrokken voor het grande dessert in een hotelkamer. Ze ziet het helemaal voor zich: blondje laat hem de foto’s zien van hoe hij zijn buuvje paalt en heeft daarmee een beter effect dan tien blauwe pillen tegelijk oraal en rectaal innemen. De gedachte maakt Carmen triest en chagrijnig: een fatale combinatie. De stad heeft tientallen hotels en vele parken waar na zonsondergang flink wordt gesekst. Zoeken is onbegonnen werk. Carmen besluit richting huis te gaan. Haar vriendinnen kan ze ook niet vinden, maar meestal eindigt zo’n avond ergens op een parkeerplaats in een standje 69, waarbij zij mag toekijken en oppassen of er geen ongewenst bezoek aan komt. Haar vriendinnen tussen elkaars lippen zien tongen windt Carmen normaal erg op, maar vanavond niet. Bovendien is ze met eigen auto gekomen. Zonder zich aan te kleden, met alleen een badjas aan, loopt ze naar haar cabrio en neemt voorzichtig plaats. Haar reet protesteert al een stuk minder gevoelig dan eerder die avond. Dan rijdt ze met hoge snelheid weg. Ze wil kijken of de buurvrouw nog wakker is. 
 
Bas doet een stap achteruit. Was hij niet hoogstens tien minuten weggeweest? Nee, meer dan dat was het beslist niet. Rare gedachten springen door zijn hoofd. Hij heeft weleens gelezen dat mensen met een traumatische ervaring hun leven op topsnelheid terugzien in gedachten. Hij denkt heel andere dingen. Warrige frases. Losse constateringen. Hoe oud ben ik, denkt hij. Is het echt. Je weet dat je in het leven voor verrassingen komt te staan. Fijne en mindere mooie verrassingen. Maar niets, werkelijk niets heeft hem voorbereid op het vinden van een naakte Gina, in haar huis, met afgesneden genitaliën. Waar is de dader? Bas kijkt angstig de kamer rond. Is de dader weg, schuilt hij ergens achter een gordijn? Hij is doodsbang. Er hangt een vreemde weeïge geur, wat is het? Hij doet een trillende stap naderbij. Dan ziet hij het. Het hoofd van Gina. Het is weg! 
 
Als Carmen haar straat inrijdt, ziet ze de Q5 van haar buurman Rob staan, maar niet voor zijn eigen huis. Carmen fronst haar wenkbrauwen. De auto is leeg, in elk geval donker. Ze tuurt naar het raam van haar buren. Er brandt een zwak licht achter de dichte overgordijnen. Als ze haar oprit opdraait, meent ze het geluid van zacht huilen, meer janken, te horen. Een moment explodeert dat klagende geluid naar een ijzingwekkende gil. Dan is het stil. Als ze langzaam doorrijdt, merkt ze aan haar stuur dat er iets aan haar voorwiel mankeert. Carmen rijdt door tot naast de auto van Bas, krast met heer rechterportier langs zijn linker achterbumper en stapt behoedzaam uit. Dan slaat de schrik om haar hart: om haar linker voorband zit een platgereden leeuwhondje diep in het profiel geplet. Ze ziet de de laatste spasmen door het lichaampje van het dier gaan. ‘Kut!’ mompelt ze hardop als ze de voordeur opent en in de keuken tevergeefs naar een plamuurmes zoekt. Het huis lijkt verlaten. De kinderen slapen of zijn vertrokken naar een nachtelijk pyjamafeestje; het kan haar niets schelen. En Bas kan haar nog minder interesseren. In de kelderkast staat de maagdelijke kluskoffer van haar klootgenoot, naast het glaswerk dat ze van haar moeder heeft gekregen maar dat Carmen nooit zal gebruiken. Ze doet het licht aan en dan ziet ze het. Carmen gilt als een waanzinnige bij de aanblik van het hoofd van haar buurvrouw Gina in een weckfles.  
 
Er is niets te zien. Waar kan een hoofd gebleven zijn in zo korte tijd? Hij was wel even weg. Was hij langer weg dan hij gedacht had? Het huis is stil. Alsof er nooit wat gebeurd is. Maar dat is het. Op de vloer ligt een bloedspoor. Het loopt naar de achterdeur. Dat betekent dat de dader het hoofd mee heeft genomen naar buiten. Misschien was hij geschrokken en had hij haast gehad toen Bas het tuinpad weer opliep. Bas werpt nog een korte blik op Gina, of beter gezegd, het overgebleven deel van Gina en knippert met zijn ogen.
  'Het is echt," stamelt hij hardop. Hij kijkt om zich heen en schrikt dan weer op. 'De kinderen! De kinderen zijn alleen thuis!' Die gedachte bezorgt hem ijzige rillingen over zijn trillende lijf. Hij moet terug naar huis. Nu meteen! 
 
Carmen hoort de poort van de achtertuin over de tegels schuren. Hoe vaak heeft ze Bas al niet gevraagd daar wat aan te doen en het sluitwerk te maken. Luie klootzak. Ineens beseft ze dat iedereen door die poort naar binnen kan komen. Snel sluit ze de deur van de kelderkast. Het beeld van het ingeweckte hoofd van Gina krijgt ze niet uit haar gedachten. Maar ze moet nu op haar qui vive blijven. Wie weet wie in haar tuin staat. Een gluurder misschien? Zo’n eenzame rukker die heeft gezien dat ze alleen een badjas aanheeft en hoopt op een blik in haar private delen. Maar misschien is het wel de moordenaar van Gina, op zoek naar nog een prooi. Carmen valt op haar knieën, kruipt de woonkamer in en verstopt zich achter de driezitsbank. Hoewel nauwelijks gekleed zweet ze Aufguβ-peentjes. Is de keukendeur op slot? Nee, want ze hoort de klink bewegen. Het zal me godverdomme niet gebeuren, denkt ze. In tijgersluipgang kronkelt ze naar de open haard en pakt de pook. In de keuken is het stil. Langzaam staat Carmen op en schuifelt op haar tenen richting keuken. Het is donker. Ze ziet een silhouet voor het aanrecht. Iemand in een lange jas. Ze weet niet of het een man of een vrouw is. Carmen wordt geleid door angst. Wie het ook is, de indringer moet weg. Nu! Ze haalt uit met de pook en slaat de insluiper hard op het hoofd. Meteen gaat het licht aan. Het is verwarrend: op de grond ligt buurman Rob met een gapende wond in zijn slaap. Bij de lichtknop staan twee kinderen met een weckfles. 
 
 
© N. Smit-Schilder en R.Th.M. Beernink