VROEGE VOGELS – door Nicole Smit-Schilder en Robert Beernink  
 
‘Wat was je laat, vannacht! Ik heb je niet eens meer naar bed horen komen. Was er nog wat op televisie?’
  De schelle stem van zijn vrouw onderbreekt zijn spannende droom. Een lange slanke schaars geklede blondine speelt er de hoofdrol in. Het bloed stijgt naar zijn wangen. Geen antwoord. Ze zucht en gaat op haar zij liggen, met de rug naar hem toe.
  Uit de kleine wekkerradio komt het plastic geluid van een paar violen en een cello. Het is de zondagochtendmuziek waar ze al jaren aan gewend zijn. Het is nog half donker. Buiten is het windstil. Het zal een mooie dag worden, volgens de man van het weerbericht van half acht. Hij klinkt zelfverzekerd. Zondag is de dag van de overtuigingen, denkt ze. Nog een uur. Ze draait weer op haar rug en vanonder het donzige dekbed komt de geur van Chanel, waarmee ze haar lichaam heeft bedekt. Uren eerder. Verder is er niets. Alleen nummer vijf. Nog een uur tot aan de gesproken column. Ze kijkt opzij. Hij kijkt haar aan.  
 
Geen blondine. Het haar is op zijn best asgrauw te noemen. De neus is breed, de lippen week. Niet dat het betekent dat Louise week is van karakter. Integendeel. Het lijf hoeft hij niet van naderbij te inspecteren. Hij kent elke moedervlek, elk litteken en elke deuk. Haar naaktheid is niet meer naakt. Het is als een oude gerafelde broek die eens lekker zat, die je zonder nadenken aantrekt, maar eigenlijk beter weg kunt gooien. Na een jarenlang huwelijk doe je zoiets uiteraard niet. Of wel?
  Louise kent de blondine niet, maar voelt wel de harde bobbel in zijn boxer tegen haar blote dij. Vroeger zou ze hem zonder pardon hebben vastgegrepen, was hij van haar, maar nu is ze bang voor zijn reactie. Vroeger droeg hij geen boxers in bed. Ze warmt haar handen in haar schoot. Kou, hoe weinig ook, windt af, niet op. Alles moet kloppen. Het voelt aangenaam en zij draait haar hoofd naar het klokje op het nachtkastje, maar ziet niet hoe laat het is. Met haar ogen dicht wacht ze tot het klopt. Nog een half uur. 
 
Haar achterkant voelt alsof het zich afwijzend van hem afkeert. Waarom is daar die afkeuring over zijn opwinding. Zal hij het voorstel nu dan toch doen. Of nog niet.
  'Ik heb een idee,' spreekt hij. Zijn stem klinkt blikkerig in de beslotenheid van hun kamer. 'Misschien ben ik wel heel brutaal, maar wellicht toch ook niet.' Hij wacht een paar seconden om te zien of er een reactie volgt. Die komt niet, al ziet hij haar rug licht verstijven. Hij slikt even. 'Hoe zou jij het vinden om eens te experimenteren? Misschien met een derde persoon. Een trio.'
  Louise ligt doodstil. ‘Geen trio,’ fluistert ze, net hard genoeg. Ze grijpt achter haar. Hij heeft geen boxer meer aan. ‘Niet met twee kerels!’ In haar natte hand voelt ze zijn opwinding slinken. Zij weet heel goed dat hij die variant niet in gedachten had. Haar schouders schokken. Ze lacht. Heeft kennelijk plezier. ‘Maar met een …’ Ze voelt hem onmiddellijk reageren. Louise heeft hem weer in haar macht. Hij wacht geduldig op de rest van de zin en is als was in haar handen.  
 
Met een blinddoek op. Dat stelde ze net voor. Waarom in godsnaam een blinddoek. Want dat wil ze. Niets zien. Niets. En niets nieuws. 'Daarom juist. Dat is het. 'Wij kennen elkaar te goed.' Zeg dat wel, denkt hij mokkend. 'Maar waarom kies je niet voor een vibrator, een zweep, verkleed gaan of handboeien? Om maar wat te noemen?’ Hij kan er niet bij. Een blinddoek. Waarom dat?‘
  Een blinddoek en een stel erbij. Een man en een vrouw.’ Ze voelt hem schrikken. ‘Niet bang zijn.’ Louise draait bovenop hem. ‘Als jij blind was, zou jij voelen of ik dit ben.’ Ze zit rechtop, met haar handen in haar nek en beweegt langzaam heen en weer. Hij kan geen weerstand bieden. Hij deint mee in haar zuigende ritme. Verloren laat hij haar begaan. Net voordat hij komt, valt ze naast hem op bed. ‘Eerst even de column luisteren.’
  Als een blinde man laat hij zich achterovervallen. Het is wat veel. De blinddoek, een ander stel. De seksuele spanning die bijna tot uitbarsting kwam net en nu toch niet. Zijn binnenste gloeit, als een brandende toorts. Hij wil haar column horen. Hij wil alles horen. Dat klinkt als muziek, als warme honing, als vloeibaar goud. Er is nog liefde. 
 
© N. Smit-Schilder en R.Th.M. Beernink