Afbeelding invoegen
 ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.'
(Albert Einstein)
 
Pater 

Op de middelbare school, bijna vijftig jaar geleden, hadden we een rector en conrector uit de Orde van de Karmelieten. Zij genoten respect en ontzag, konden gepast angst inboezemen en tot nederigheid aanzetten. Hun taak was alles in het werk te stellen de aan hen toevertrouwde leerlingen op een confessioneel fundament tot volwaardige burgers opkweken.
Onlangs las ik dat de conrector is overleden. Dat bericht deed mij wat en beamde mij even terug naar die tijd, vol overwegend fijne herinneringen.
Pater Brandehof is er nu waarschijnlijk ook achter dat nostalgie betrekking heeft op het verleden, niet op het hiernamaals.

Dubbel 
 
Jarenlang waren lichaam en geest één, totdat zijn hersenen voor zichzelf begonnen. Beoordeeld als risico in onze geordende buitenwereld, woont hij nu achter een gesloten voordeur.
Hij kent ons nog. Met wat puzzelen kunnen we de schijnbaar willekeurige data, plaatsen en gebeurtenissen die in zijn hoofd rondspoken een plek geven.Het gesprek stokt, ik geef hem twee boekjes. Geconcentreerd bladert hij het eerste door, het tweede, dan weer het eerste, enzovoort.
Hoe hiermee om te gaan? Het is zowel tragisch als hilarisch. Hoe zou hij zelf hebben gereageerd? Lachen! Of mag ik dan straks hier ook niet meer weg?

Zielig 
 
Het is daags na Allerzielen. Over de groene laan komt de oude dame mijn kant op lopen. Voor elke gedenksteen en ieder kruis houdt ze halt, buigt kort haar hoofd en vervolgt haar weg. Naast mij blijft ze staan.
‘Goedemorgen, mevrouw.’
‘Dag meneer. Daar zijn we weer.’
‘U komt hier vaker?’
‘Elk jaar op 3 november, de naamdag van Sint Hubertus.’
‘Uw echtgenoot?’ Ze knikt. ‘Was hij jager?’
‘Een rokkenjager.’ De vrouw kijkt mij aan. ‘Uw vrouw?’
‘Nog maar kort uit de tijd.’
‘Mijn deelneming. Was ze ziek?’
‘Ja, een weerloze prooi.’
Gearmd lopen we terug het leven in.

Kultuur 
 
‘De schouwburg mailde dat alle voorstellingen tot januari zijn afgelast in verband met corona.’
‘Ook dat nog! Dit wordt een saaie herfst. Ons weekendje Barcelona, de foto expositie in het stadsmuseum, het Weihnachtsoratorium, mijn boekpresentatie: allemaal vol of gaan niet door.’
‘Ook onze saunadag met drankjes en diner is afgezegd.’
‘Geeft het theater vouchers?’
‘Nee, geld terug. Ik kijk direct even of het inmiddels binnen is.’
‘Zet maar op de cultuur spaarrekening.’
‘Die loopt intussen aardig op … Nee, nog niet. Het salaris is wel al overgemaakt. En we hebben het vorige nog niet eens op.’
‘Wat een armoede!’

Slim 
 
Hier te lande is een besluit vaak het begin van een discussie. Wij menen ons te kunnen veroorloven het ermee oneens te zijn, zijn immers intelligent. Is dat ook altijd slim? Zijn het synoniemen?
Van Dale zegt: ‘intelligent’ betekent verstandig, schrander, vlug van begrip en ‘slim’ uitgeslapen, schrander en snugger. ‘Schrander’ is de verbindende eigenschap, heeft wat van beide.
Een beslissing schrander bezien is met gezond verstand ernaar kijken, afstand durven nemen, voordelen zien, eigenbelang loslaten.
In deze streken van nuchtere geesten heeft slim een tweede betekenis, namelijk ‘erg’. Een schrandere denker noemen we hier dan ook slim slim.

Leesclub 
 
De uitgever vraagt mij voor een online leesclub als onderwerp, lijdend- en actief meewerkend voorwerp. Mijn aanvankelijke terughoudendheid is gestoeld op de ontelbare bedreigingen en ongezouten scheldkanonnades die internet geselen. Durf ik me kwetsbaar op te stellen naar mij onbekende deelnemers met een mening?
Ik zeg toch toe, tien belangstellenden melden zich aan en we gaan van start. Wat blijkt: binnen deze groep is communiceren een proces van rustig inlezen, meeluisteren, overdenken, opinievorming, eerlijk en tegelijk respectvol formuleren.
In deze tijd van afstand is dit een verbindend initiatief, tevens prima leerschool voor zielen die sociale media verwarren met sadomasochisme.

Zenders 
 
‘Fijn toch, wat afleiding na weken aan je stoel gekluisterd te zijn geweest. Heb je hem gisteravond nog aangezet?’
Moeders gezicht betrekt. ‘Ja, het ging de godganse tijd over mondkapjes. Bah, ik kan het niet meer horen!’
Haar appartement in het verzorgingshuis lijkt een hedendaagse openbare ruimte: de stroken waarbinnen ze veilig kan bewegen zijn exact afgekaderd. Met een fractie zicht, praktisch geheel op de tast en steunend op haar rollator, kan ze naar de televisie schuifelen voor het nieuws.
De bel gaat, een verpleegkundige komt binnen.
‘Godomoddog movro, ok bon Onoto.’
‘Wie mompelt daar zo?’
‘Zuster Anita, ma.’

Golven 
 
De veerboot naar Schiermonnikoog ligt klaar voor vertrek. Als ik de eerste golf overleef komt het goed, houd ik mezelf voor. De straffe zeewind wuift daarna alle risico’s weg, toch? Ik wil meer zekerheid, zoek een stabiele bodem.
Op de valreep draai ik om, bestel een grote portie kibbeling met knoflook en blus dat af met bier.
Buitengaats is het niet de boot, maar de inhoud van mijn maag die begint deinen. Koolzuur stuwt penetrant geurende aerosolen van vis en saus omhoog en via het mondkapje mijn neus weer in. Het virus krijgt je hoe dan ook te pakken!  

Tesla 
 
Om Herman Finkers te parafraseren: het is een lieve auto. Over smaak valt best te twisten, maar waarom zouden we? Feit is wel dat ik steeds vaker zo’n laptop op wielen zie, veelal vastgebonden aan een snoer.
Voor mijn generatie betekent de automobiel vrijheid. De steenrijke excentriekeling Elon Musk kan zich veroorloven niet in synoniemen te denken en komt overal mee weg, figuurlijk een letterlijk.
Zijn ene kind krijgt een onbegrijpelijke formule als naam en het andere vernoemt hij naar de beroemde wetenschapper Nikola Tesla, uitvinder van de wisselstroomgenerator. Dat past in het beeld: Elons auto rijdt op gelijkstroom. 

Druk 
 
Ik bel vrienden voor onze jaarlijkse herfstwandeling, baklever en bockbier inbegrepen.
‘We hebben 22 november nog een gaatje.’
Dat is een eind weg en precies de enige dag dat ik echt niet kan. Het gevoel bekruipt me dat ik met mijn praktisch lege agenda inmiddels een zonderling ben. Is dat druktevirus een kwestie van mindset, slecht organiseren, alles willen meemaken en niets kunnen missen? Wat houdt het bestaan als een vastzittende wind in zo’n kramp?
Wat nu? Toegeven? Nee, ik voer de druk op.
‘Dan gaat het niet door.’
‘Dat zou jammer zijn. We kunnen het gaatje wel verzetten.’ 

Afbeelding invoegen