Afbeelding invoegen
 ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.'
(Albert Einstein)
 
Stap-op 
 
Gemak dient de mens. Orthopedische hulpmiddelen, bijvoorbeeld, ondersteunen je mobiliteit.
Modern gemak remt, onder de noemer ‘service’, beweging af. In elke straat rijden bestelauto’s vol internetaankopen voortdurend aan en af. Comfort dient hier commercie.
Onze stad wordt overspoeld door groene elektrische brommers. Download app, stap op, go, betaal, laat het voertuig waar je afstapt achter. Het traditionele ‘brommers kijken’ krijgt hierdoor een geheel nieuwe lading.
Je hoeft tegenwoordig zelfs om je te verplaatsen nauwelijks nog in de benen te komen. Als je dat te lang volhoudt en het lukt helemaal niet meer, bestel je online gewoon een sta-op stoel!

Eigen 
 
Ze heeft een behoorlijke jas uitgedaan. Moeder is hoogbejaard en heeft twee zware longontstekingen binnen een halfjaar achter de rug. Van hulpbehoevend is ze praktisch hulpeloos geworden.
De verzorgenden doen hun best, wij helpen waar mogelijk. Zelfstandig eten gaat niet meer, dus voeren we haar regelmatig bouillon, soms een klein slaatje, appelmoes en toetje.
‘Dat doe je best goed!’
‘Als je zelf kleine kinderen hebt gehad, dan weet je ook hoe dat met ouden van dagen moet.’
Hoewel ze beseft dat haar oude jas voorgoed in de kast hangt, lacht ze. Dit voelt voor haar als ‘eigen’, als mantelzorg.

Motor 
 
Eerste week juni. Het weer vertoont al kenmerken van een ouderwetse Hollandse zomer met regen en gematigde temperaturen. In dezelfde periode geeft de motor van het zonnescherm aan de zonzijde van ons huis de geest. Een deugdelijk zonweringbedrijf concludeert dat het tijd is voor vervanging en waarschuwt dat door de coronacrisis leveringen minder betrouwbaar zijn dan vroeger.
‘We kunnen het aan,’ zegt ik stoer en, zoals zal blijken, zonder enige meteorologisch paragnostische gave.
Derde week augustus. Ik zit te zweten op deze tekst als de deurbel klinkt. De motor is gearriveerd en wordt direct geïnstalleerd.
De herfst kan beginnen.

Vuurnacht 
 
De zwoele nacht duwt me uit bed, naar een eenzame es.
Ik ben verbijsterd. Nooit zag ik zulks eerder. Overal om me heen, ver en hoog achter uitgedroogde houtwallen, speelt zich een hels pandemonium af. Het zwerk is gevuld met grillige silhouetten van inktzwarte wolken, waartussen felle lichtflitsen onafgebroken de hemel openrijten. Het is echter de schreeuwende stilte waarin dit plaatsvindt, die me de adem beneemt.
Wat gebeurt daar? Gedonder in Walhalla? Smeden de goden de ring voor een nieuw verbond? Breekt de jongste dag aan?
De eerste regendruppel doet me beseffen dat dit weerlichten zijn van oeroud volksgeloof.

Dakloos 

De grijzige heer onder baseballpet en jonge brunette achter zonnebril arriveerden gistermiddag in een luxe cabriolet. Op de parkeerplaats, pal onder mijn hotelraam, stapte hij uit, opende voor haar het portier en met een schalkse lach liepen ze gearmd de lobby in.
Binnen een kwartier was hij terug, controleerde enkele keren nauwgezet of de portieren op slot zaten, plukte wat pluisjes van haar zitting, liet ze met zeewind wegvliegen en snelde weer naar binnen.
Nu staan ze naast de auto, elk aan een kant. Hij kijkt beteuterd, zij gebaart woedend naar haar stoel. Hij had beter Buienradar kunnen checken.

Bezegelen 
 
De behulpzame winkelbediende kijkt bijna hoopvol naar het scherm.
‘Ja, nog net 20 gram. Niets meer aan doen, meneer.’
‘Doe me er dan maar 450 van 1, mevrouw.’ Ik zucht opgelucht. Het scheelt toch een slok op een borrel. De mailing is al verzendklaar, alleen de postzegels nog even plakken.
’s Middags staat een jongeman achter de postbalie. Ik overhandig hem de doos vol enveloppen, hij pakt er een uit en legt die op de weegschaal.
‘Deze is boven de 20 gram.’
‘Hoe kan dat nou? Ik heb ze vanmorgen nog laten wegen!’
‘Een en een is twee, meneer.’

Kijkoren 
 
‘Het was prachtig weer vandaag,’ aldus meteoroloog Gerrit Hiemstra in het Journaal. Is ‘prachtig’ de standaard geworden voor een bloedhete zonovergoten dag? Ik houd van lauwe motregen, duh!
Tijdens de reclame hijgt Erben Wennemars dat hij door stilzitten vastloopt.
In het Sportjournaal onthult onze nationale voetbaldoelvrouw waarom ze van club is veranderd: ‘Mijn verwachtingen achteraf zijn niet wat ik er vooraf van gehoopt had.’ Kan zo de politiek in!
Door te kijken zijn we het luisteren verleerd. Want wat zegt een campinggast over de naleving van de coronamaatregelen? ‘Iedereen moet gewoon zijn eigen hachje doppen.’
Pijn aan je ogen!

Neowise 
 
‘Voor het laatst in 1986,’ is het antwoord op mijn vraag of hij vaker midden in de nacht naar de noordelijke hemel tuurt. ‘Samen met mijn vader. Hij had als kind in 1910 de komeet van Halley gezien en wilde zijn terugkeer meemaken.’
‘Bijzonder!’
‘Het waren, als ik Simon en Garfunkel mag aanhalen, boeksteunen van een leven opgetekend in armoede, oorlog en wederopbouw. Toen het hem eindelijk beter ging stierf hij, in 1987.’
‘Daar is hij,’ wijs ik. ‘Deze komt pas over 7.000 jaar terug.’
‘Zo lang hoef ik gelukkig niet te wachten.’ Hij snikt. ‘Dag pa, tot gauw.’

Watergraaf 
 
Toen hij voor het eerst publiekelijk aandrong op zuinig zijn met drinkwater, dacht ik: het is heet en droog, hij heeft een punt. Inmiddels verschijnt hij steevast na elke eerste week warmte, herhaalt zijn boodschap en denk ik: u doet toch iets niet goed, meneer.
Water is immers super circulair. Bijna alles wat we uit de kraan binnenhalen vloeit via riool en zuiveringsinstallatie terug de natuur in, klaar voor hergebruik.
Nu regent het pijpenstelen en zelfs de koning heeft een watermanagementdiploma. Dus graaf: doe wat. Wat is het probleem? Opslagcapaciteit? Overweeg eens zoutcavernes, vacante atoombunkers, overbodige varkensvoersilo’s. Arbeid adelt! 

Noodstop 
 
Half vier in de ochtend. Het autootje parkeert op de stoep.
‘Meneer?’ Ik knijp in de remmen en zie door het open portierraam een magere, jachtig kijkende jongeman.
‘Het is misschien een vreemd verhaal …’
Ik ben direct op mijn qui-vive. 
‘… maar ik kom uit Amsterdam, mijn vriendin heeft nachtdienst en onze zoon is in Hengelo achtergelaten door vrienden, dus ik moet hem …’
‘Wat is het probleem?’  
‘Brandstof bijna op, moet bijtanken.’
‘Ik heb geen portemonnee bij me.’
Een zucht, het raam schuift omhoog en het wagentje scheurt verder de stad in. De nood is inderdaad hoog!

Afbeelding invoegen