Afbeelding invoegen
 ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.'
(Albert Einstein)

Afbeelding invoegen
Afstand 
 
Een bijzondere, dierbare tante is gestorven. De stoelen in de aula staan gegroepeerd naar risicogroep. Een poging die opstelling te doorbreken wordt in de kiem gesmoord. De verplichte onderlinge afstand heeft iets ongemakkelijks. Je wilt bij elkaar zijn als herinneringen worden opgehaald en mooie, emotionerende woorden gesproken over haar bescheiden doortastendheid, onvoorwaardelijke betrokkenheid en liefde voor anderen. De mens van dichtbij op waarde schatten, dat was haar levenshouding.
Op het kerkhof worden de kinderen gevraagd de kist neer te laten.
‘Vanwege het coronaprotocol?’
De uitvaartleidster kijkt mij vorsend aan. ‘Liefde is toch altijd besmettelijk?’
Ik zak door de grond.
 
Tekens 
 
Voor het verkeerslicht staat een rij. Het licht springt op groen en … niets.
Merkwaardig. Voor mij een Zweedse bak. Het filetje voor hem is al opgelost. Waarschijnlijk een afgeslagen motor.
Uit het schuifdak verschijnt een arm. Hij zwaait, van rechts naar links. Het probleem is dus groter. Ik geef richting aan en rijd in een boog met een straal van anderhalve meter om hem heen, groet beleefd de onfortuinlijke chauffeur en plet bijna de overstekende oudere dame achter haar rollator.
Naast mij een belerend vingertje en hautaine blik. Hij trekt op, scheurt door rood en krijgt een stopteken.
 
Viltjesdag 

Zorgvuldig bewaarde rood-witte slingers zijn rond het straatmeubilair gedrapeerd. De stemming is nog steeds uitgelaten.
‘Een dag om je altijd te herinneren,’ snikt een knaap.
‘Vergeet hierbij niet degenen die de strijd niet overleefden en de helden die onvermoeibaar tegen de onzichtbare vijand hebben gevochten,’ zegt het meisje naast hem. ‘En voor de heulende negatief-sociaal-betrokkenen een kappersverbod! Om zelf te voelen wat onverzorgd zijn betekent.’
Een oudere jongere mengt zich in het gesprek. ‘Zo voelt vrijheid, na die donkere, angstige periode van opgesloten zijn, niet gevonden mogen worden.’ Hij slikt. ‘Eindelijk, na zevenenzeventig eindeloze dagen, weer een terrasje pikken!’ 
 
Hengelen 
 
‘Die stok is van bamboe, niet?’
‘Ja, hij was nog van mijn man.’
‘Mag ik …?’
‘Natuurlijk, meneer. Pas op, de walkant is glad.’
‘Wat een prachtige stek. U bent gevangen door de nieuwste rage, het vissen?’
‘Nee, ik kom hier al vijftien jaar, sinds zijn dood, elke donderdagmiddag naar de gewichtloos deinende dobber staren. Deel met hem mijn herinneringen en gedachten Tot ze eindelijk zwijgen. Lukt minder snel tegenwoordig, het is inderdaad drukker geworden.’ 
‘Welk aas gebruikt u? Brood, wormen?’
‘Niets. Er zit niet eens een haakje aan.’
‘U hebt dus nog nooit beetgehad.’
‘U bent de eerste.’
 
Maatnemer 
 
Wie dezer dagen zijn neus te vaak ophaalt, moet thuisblijven. De buitengewoon opsporingsambtenaar staat er dus alleen voor als het publiek moet worden aangesproken en, bij gebleken doofheid, bekeurd vanwege de meest lullige onder de overtredingen als verkeerd parkeren en wildplassen.
‘Helemaal vol, waar moest ik anders heen?’
Als een ander hiervoor op de bon wordt geslingerd, prima, maar niet als het jezelf betreft. Hetzelfde geldt voor de anderhalve meter afstand regel. De handhaver mag niet te dichtbij komen, want dat wekt weerstand op. De roep om een stok is dan ook begrijpelijk, mits het gaat om een duimstok.
 
Hemelvaart 
 
We dauwtrappen langs een veldkapelletje.
‘Waarom heet deze dag zo, pap?’ vraagt mijn groep vijf wijsneus.
Ik leg uit dat er een veelgelezen boek bestaat, waarin de hoofdpersoon doodgaat en opstijgt naar het paradijs. Ik bereid me voor op meer theologische dieptevragen.
‘Als een soort raket? Of had hij te veel bruine bonen gegeten?‘ Ze lacht en denkt even na. ‘Is opa-opa ook naar de hemel gevlogen? En opa later ook?’
‘Wat denk je?’
‘Hoop het. Dat is toch mooier dan dood zijn!’
‘Denk je dat opa opa-opa daar heeft gezien?’
‘O, nee! Opa-opa is al veel te hoog!’
 
Denktanken 
 
‘Vroeger hadden we aan Loe de Jong en pater Leopold Verhagen genoeg. Dan wisten we, duidelijk uitgelegd, hoe het zat. Kom daar nou maar eens om! Tegenwoordig laten ze voor elke kwestie legers generaals b.d., corpora hoogleraren, ontelbare mij onbekende BN’ers en, het ergste, dolende opiniepanels opdraven.’
‘Dan kun je je toch een afgewogen mening vormen?’
‘O ja? Ik zie onderhand door de virologen het virus niet meer! Hoe meer deskundigen, hoe meer je zelf moet denken.’
‘En, wat is daarvan het resultaat?’
‘Dat ik nu weet dat een pandemie geen culinaire term is. Net als, zeg maar, peniskoker.’
 
Zoönose 
 
‘Volgens een Indiase deskundige een waarheid als een koe!’
‘Ik geloof er geen sikkenpit van! Elke brulaap kan jou blijkbaar hoorndol maken.’
‘Ik kan prima de bokken van de schapen scheiden.’
‘Het zijn wolven in schaapskleren. Kijk eerst de kat uit de boom, dan span je het paard niet achter de wagen.’
‘Dat is in het hol van de leeuw heel lastig.’
‘Snap ik. Dus, ‘de sprong van de haas’ is besmettelijk?’
‘Ja, als stroop voor de vliegen.’
‘En dat zegt?’
‘Kamasutra van Vâtsyâyana.
’‘En die wetenschap maakt jou trots als een hond met zeven …’
‘Als een pauw!’
 
Huidhonger 
 
Hij is bezorgd, zij smacht. Eindelijk. Het lijkt zo lang geleden. De regels maken lust tot last.
Verlekkerd kijkt zij naar zijn vel, strekt haar rechterarm, laat de hand er kort boven zweven, dan langzaam zakken. De wijsvinger maakt contact, de duim, alle vingers. Ze zucht diep, aait liefdevol, buigt voorover, ruikt met gesloten ogen. De streelhand raakt haar neus, ze lacht ondeugend.
Het puntje van haar tong komt tevoorschijn en likt plagerig met korte haaltjes, laat het zachte roze vlees trillen. Ze opent haar mond verder, hagelwitte tanden bijten begerig en fileren de op de huid gebakken zalmmoot.

Thuisonderwijs 
 
‘Krijg je het niet in de vingers, zoon?’
‘Nee, vader, helaas, de geest is afwezig en draagmoeder Ria wist het niet. Jij weet zo veel, wil jij me helpen?’
‘Kan het proberen. Neem drie appels, eet van één appel driekwart op en deel die met de rest. En onthoud: delen door een breuk is hetzelfde als vermenigvuldigen met het omgekeerde.’
‘Dat is … dus … twee gedeeld door een vierde is … twee keer vier is acht!’
‘Juist! Oefen, voor later, datzelfde met vijf broden en twee vissen.’
‘Hoe heet dit vak ook weer, vader?’
‘Deel en heers, zoon.’