Afbeelding invoegen
 ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.'
(Albert Einstein)
 
Leesclub 
 
De uitgever vraagt mij voor een online leesclub als onderwerp, lijdend- en actief meewerkend voorwerp. Mijn aanvankelijke terughoudendheid is gestoeld op de ontelbare bedreigingen en ongezouten scheldkanonnades die internet geselen. Durf ik me kwetsbaar op te stellen naar mij onbekende deelnemers met een mening?
Ik zeg toch toe, tien belangstellenden melden zich aan en we gaan van start. Wat blijkt: binnen deze groep is communiceren een proces van rustig inlezen, meeluisteren, overdenken, opinievorming, eerlijk en tegelijk respectvol formuleren.
In deze tijd van afstand is dit een verbindend initiatief, tevens prima leerschool voor zielen die sociale media verwarren met sadomasochisme.

Zenders 
 
‘Fijn toch, wat afleiding na weken aan je stoel gekluisterd te zijn geweest. Heb je hem gisteravond nog aangezet?’
Moeders gezicht betrekt. ‘Ja, het ging de godganse tijd over mondkapjes. Bah, ik kan het niet meer horen!’
Haar appartement in het verzorgingshuis lijkt een hedendaagse openbare ruimte: de stroken waarbinnen ze veilig kan bewegen zijn exact afgekaderd. Met een fractie zicht, praktisch geheel op de tast en steunend op haar rollator, kan ze naar de televisie schuifelen voor het nieuws.
De bel gaat, een verpleegkundige komt binnen.
‘Godomoddog movro, ok bon Onoto.’
‘Wie mompelt daar zo?’
‘Zuster Anita, ma.’

Golven 
 
De veerboot naar Schiermonnikoog ligt klaar voor vertrek. Als ik de eerste golf overleef komt het goed, houd ik mezelf voor. De straffe zeewind wuift daarna alle risico’s weg, toch? Ik wil meer zekerheid, zoek een stabiele bodem.
Op de valreep draai ik om, bestel een grote portie kibbeling met knoflook en blus dat af met bier.
Buitengaats is het niet de boot, maar de inhoud van mijn maag die begint deinen. Koolzuur stuwt penetrant geurende aerosolen van vis en saus omhoog en via het mondkapje mijn neus weer in. Het virus krijgt je hoe dan ook te pakken!  

Tesla 
 
Om Herman Finkers te parafraseren: het is een lieve auto. Over smaak valt best te twisten, maar waarom zouden we? Feit is wel dat ik steeds vaker zo’n laptop op wielen zie, veelal vastgebonden aan een snoer.
Voor mijn generatie betekent de automobiel vrijheid. De steenrijke excentriekeling Elon Musk kan zich veroorloven niet in synoniemen te denken en komt overal mee weg, figuurlijk een letterlijk.
Zijn ene kind krijgt een onbegrijpelijke formule als naam en het andere vernoemt hij naar de beroemde wetenschapper Nikola Tesla, uitvinder van de wisselstroomgenerator. Dat past in het beeld: Elons auto rijdt op gelijkstroom. 

Druk 
 
Ik bel vrienden voor onze jaarlijkse herfstwandeling, baklever en bockbier inbegrepen.
‘We hebben 22 november nog een gaatje.’
Dat is een eind weg en precies de enige dag dat ik echt niet kan. Het gevoel bekruipt me dat ik met mijn praktisch lege agenda inmiddels een zonderling ben. Is dat druktevirus een kwestie van mindset, slecht organiseren, alles willen meemaken en niets kunnen missen? Wat houdt het bestaan als een vastzittende wind in zo’n kramp?
Wat nu? Toegeven? Nee, ik voer de druk op.
‘Dan gaat het niet door.’
‘Dat zou jammer zijn. We kunnen het gaatje wel verzetten.’ 

Stap-op 
 
Gemak dient de mens. Orthopedische hulpmiddelen, bijvoorbeeld, ondersteunen je mobiliteit.
Modern gemak remt, onder de noemer ‘service’, beweging af. In elke straat rijden bestelauto’s vol internetaankopen voortdurend aan en af. Comfort dient hier commercie.
Onze stad wordt overspoeld door groene elektrische brommers. Download app, stap op, go, betaal, laat het voertuig waar je afstapt achter. Het traditionele ‘brommers kijken’ krijgt hierdoor een geheel nieuwe lading.
Je hoeft tegenwoordig zelfs om je te verplaatsen nauwelijks nog in de benen te komen. Als je dat te lang volhoudt en het lukt helemaal niet meer, bestel je online gewoon een sta-op stoel!

Eigen 
 
Ze heeft een behoorlijke jas uitgedaan. Moeder is hoogbejaard en heeft twee zware longontstekingen binnen een halfjaar achter de rug. Van hulpbehoevend is ze praktisch hulpeloos geworden.
De verzorgenden doen hun best, wij helpen waar mogelijk. Zelfstandig eten gaat niet meer, dus voeren we haar regelmatig bouillon, soms een klein slaatje, appelmoes en toetje.
‘Dat doe je best goed!’
‘Als je zelf kleine kinderen hebt gehad, dan weet je ook hoe dat met ouden van dagen moet.’
Hoewel ze beseft dat haar oude jas voorgoed in de kast hangt, lacht ze. Dit voelt voor haar als ‘eigen’, als mantelzorg.

Motor 
 
Eerste week juni. Het weer vertoont al kenmerken van een ouderwetse Hollandse zomer met regen en gematigde temperaturen. In dezelfde periode geeft de motor van het zonnescherm aan de zonzijde van ons huis de geest. Een deugdelijk zonweringbedrijf concludeert dat het tijd is voor vervanging en waarschuwt dat door de coronacrisis leveringen minder betrouwbaar zijn dan vroeger.
‘We kunnen het aan,’ zegt ik stoer en, zoals zal blijken, zonder enige meteorologisch paragnostische gave.
Derde week augustus. Ik zit te zweten op deze tekst als de deurbel klinkt. De motor is gearriveerd en wordt direct geïnstalleerd.
De herfst kan beginnen.

Vuurnacht 
 
De zwoele nacht duwt me uit bed, naar een eenzame es.
Ik ben verbijsterd. Nooit zag ik zulks eerder. Overal om me heen, ver en hoog achter uitgedroogde houtwallen, speelt zich een hels pandemonium af. Het zwerk is gevuld met grillige silhouetten van inktzwarte wolken, waartussen felle lichtflitsen onafgebroken de hemel openrijten. Het is echter de schreeuwende stilte waarin dit plaatsvindt, die me de adem beneemt.
Wat gebeurt daar? Gedonder in Walhalla? Smeden de goden de ring voor een nieuw verbond? Breekt de jongste dag aan?
De eerste regendruppel doet me beseffen dat dit weerlichten zijn van oeroud volksgeloof.

Dakloos 

De grijzige heer onder baseballpet en jonge brunette achter zonnebril arriveerden gistermiddag in een luxe cabriolet. Op de parkeerplaats, pal onder mijn hotelraam, stapte hij uit, opende voor haar het portier en met een schalkse lach liepen ze gearmd de lobby in.
Binnen een kwartier was hij terug, controleerde enkele keren nauwgezet of de portieren op slot zaten, plukte wat pluisjes van haar zitting, liet ze met zeewind wegvliegen en snelde weer naar binnen.
Nu staan ze naast de auto, elk aan een kant. Hij kijkt beteuterd, zij gebaart woedend naar haar stoel. Hij had beter Buienradar kunnen checken.

Afbeelding invoegen