Afbeelding invoegen
 ‘We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.'
(Albert Einstein)

Afbeelding invoegen
Neowise 
 
‘Voor het laatst in 1986,’ is het antwoord op mijn vraag of hij vaker midden in de nacht naar de noordelijke hemel tuurt. ‘Samen met mijn vader. Hij had als kind in 1910 de komeet van Halley gezien en wilde zijn terugkeer meemaken.’
‘Bijzonder!’
‘Het waren, als ik Simon en Garfunkel mag aanhalen, boeksteunen van een leven opgetekend in armoede, oorlog en wederopbouw. Toen het hem eindelijk beter ging stierf hij, in 1987.’
‘Daar is hij,’ wijs ik. ‘Deze komt pas over 7.000 jaar terug.’
‘Zo lang hoef ik gelukkig niet te wachten.’ Hij snikt. ‘Dag pa, tot gauw.’

Watergraaf 
 
Toen hij voor het eerst publiekelijk aandrong op zuinig zijn met drinkwater, dacht ik: het is heet en droog, hij heeft een punt. Inmiddels verschijnt hij steevast na elke eerste week warmte, herhaalt zijn boodschap en denk ik: u doet toch iets niet goed, meneer.
Water is immers super circulair. Bijna alles wat we uit de kraan binnenhalen vloeit via riool en zuiveringsinstallatie terug de natuur in, klaar voor hergebruik.
Nu regent het pijpenstelen en zelfs de koning heeft een watermanagementdiploma. Dus graaf: doe wat. Wat is het probleem? Opslagcapaciteit? Overweeg eens zoutcavernes, vacante atoombunkers, overbodige varkensvoersilo’s. Arbeid adelt! 

Noodstop 
 
Half vier in de ochtend. Het autootje parkeert op de stoep.
‘Meneer?’ Ik knijp in de remmen en zie door het open portierraam een magere, jachtig kijkende jongeman.
‘Het is misschien een vreemd verhaal …’
Ik ben direct op mijn qui-vive. 
‘… maar ik kom uit Amsterdam, mijn vriendin heeft nachtdienst en onze zoon is in Hengelo achtergelaten door vrienden, dus ik moet hem …’
‘Wat is het probleem?’  
‘Brandstof bijna op, moet bijtanken.’
‘Ik heb geen portemonnee bij me.’
Een zucht, het raam schuift omhoog en het wagentje scheurt verder de stad in. De nood is inderdaad hoog!
 
Jaap 
 
Weelderig lover en koud bier temperen de zinderende zon. Vanonder een parasol vertelt de schrijver over zijn werk. Hij is telg uit een ondernemersgeslacht waarvan de achternaam, zoals bij auteurs ook vaak het geval is, boekdelen spreekt. Hier groeide hij op, speelde in dit plantsoen, waar hij zijn roman presenteert. Familiebedrijf en deze omgeving spelen daarin een centrale rol.
Discussie ontstaat met het ter zake kundige publiek over de validiteit van gebruikt bronmateriaal. Reageert de schrijver boos, afwijzend? Nee, hij is juist zeer geïnteresseerd om nieuwe verhalen toe te voegen aan een oude geschiedenis. Wat een gevoel voor tijdgeest!
 
Afstand 
 
Een bijzondere, dierbare tante is gestorven. De stoelen in de aula staan gegroepeerd naar risicogroep. Een poging die opstelling te doorbreken wordt in de kiem gesmoord. De verplichte onderlinge afstand heeft iets ongemakkelijks. Je wilt bij elkaar zijn als herinneringen worden opgehaald en mooie, emotionerende woorden gesproken over haar bescheiden doortastendheid, onvoorwaardelijke betrokkenheid en liefde voor anderen. De mens van dichtbij op waarde schatten, dat was haar levenshouding.
Op het kerkhof worden de kinderen gevraagd de kist neer te laten.
‘Vanwege het coronaprotocol?’
De uitvaartleidster kijkt mij vorsend aan. ‘Liefde is toch altijd besmettelijk?’
Ik zak door de grond.
 
Tekens 
 
Voor het verkeerslicht staat een rij. Het licht springt op groen en … niets.
Merkwaardig. Voor mij een Zweedse bak. Het filetje voor hem is al opgelost. Waarschijnlijk een afgeslagen motor.
Uit het schuifdak verschijnt een arm. Hij zwaait, van rechts naar links. Het probleem is dus groter. Ik geef richting aan en rijd in een boog met een straal van anderhalve meter om hem heen, groet beleefd de onfortuinlijke chauffeur en plet bijna de overstekende oudere dame achter haar rollator.
Naast mij een belerend vingertje en hautaine blik. Hij trekt op, scheurt door rood en krijgt een stopteken.
 
Viltjesdag 

Zorgvuldig bewaarde rood-witte slingers zijn rond het straatmeubilair gedrapeerd. De stemming is nog steeds uitgelaten.
‘Een dag om je altijd te herinneren,’ snikt een knaap.
‘Vergeet hierbij niet degenen die de strijd niet overleefden en de helden die onvermoeibaar tegen de onzichtbare vijand hebben gevochten,’ zegt het meisje naast hem. ‘En voor de heulende negatief-sociaal-betrokkenen een kappersverbod! Om zelf te voelen wat onverzorgd zijn betekent.’
Een oudere jongere mengt zich in het gesprek. ‘Zo voelt vrijheid, na die donkere, angstige periode van opgesloten zijn, niet gevonden mogen worden.’ Hij slikt. ‘Eindelijk, na zevenenzeventig eindeloze dagen, weer een terrasje pikken!’ 
 
Hengelen 
 
‘Die stok is van bamboe, niet?’
‘Ja, hij was nog van mijn man.’
‘Mag ik …?’
‘Natuurlijk, meneer. Pas op, de walkant is glad.’
‘Wat een prachtige stek. U bent gevangen door de nieuwste rage, het vissen?’
‘Nee, ik kom hier al vijftien jaar, sinds zijn dood, elke donderdagmiddag naar de gewichtloos deinende dobber staren. Deel met hem mijn herinneringen en gedachten Tot ze eindelijk zwijgen. Lukt minder snel tegenwoordig, het is inderdaad drukker geworden.’ 
‘Welk aas gebruikt u? Brood, wormen?’
‘Niets. Er zit niet eens een haakje aan.’
‘U hebt dus nog nooit beetgehad.’
‘U bent de eerste.’
 
Maatnemer 
 
Wie dezer dagen zijn neus te vaak ophaalt, moet thuisblijven. De buitengewoon opsporingsambtenaar staat er dus alleen voor als het publiek moet worden aangesproken en, bij gebleken doofheid, bekeurd vanwege de meest lullige onder de overtredingen als verkeerd parkeren en wildplassen.
‘Helemaal vol, waar moest ik anders heen?’
Als een ander hiervoor op de bon wordt geslingerd, prima, maar niet als het jezelf betreft. Hetzelfde geldt voor de anderhalve meter afstand regel. De handhaver mag niet te dichtbij komen, want dat wekt weerstand op. De roep om een stok is dan ook begrijpelijk, mits het gaat om een duimstok.
 
Hemelvaart 
 
We dauwtrappen langs een veldkapelletje.
‘Waarom heet deze dag zo, pap?’ vraagt mijn groep vijf wijsneus.
Ik leg uit dat er een veelgelezen boek bestaat, waarin de hoofdpersoon doodgaat en opstijgt naar het paradijs. Ik bereid me voor op meer theologische dieptevragen.
‘Als een soort raket? Of had hij te veel bruine bonen gegeten?‘ Ze lacht en denkt even na. ‘Is opa-opa ook naar de hemel gevlogen? En opa later ook?’
‘Wat denk je?’
‘Hoop het. Dat is toch mooier dan dood zijn!’
‘Denk je dat opa opa-opa daar heeft gezien?’
‘O, nee! Opa-opa is al veel te hoog!’

Afbeelding invoegen