99 WOORDEN 
 
Zonvanger 
 
‘Geef je een glazen vogel met ei voor haar verjaardag?’
‘Dit is een zonvanger, om voor het raam te hangen. Het is trouwens geen ei.’
‘Wat dan wel?’
‘Een Swarovski kristal. Die verdeelt het binnenvallende licht in allemaal regenboogjes.’
‘Kleurrijk!’
‘Ja, en vergeet niet het het licht aan weerszijden van het zichtbare spectrum, ultraviolet en infrarood. De mysterieuze tinten van een mooie ziel.’
‘Klinkt erg zweverig. Niks voor haar.’
‘Dat zweven wel; letterlijk op vleugels.’
‘Daar heb je gelijk in. Sinds ze het nest verliet, vliegt ze vaker en verder uit dan ooit.’
‘Nomen est omen?’
‘Merel is Merel.’
1 juni 2019 

Deadline 
 
‘Hoeveel tijd heb je?’
‘Nu? Vandaag? Deze week of maand? In het algemeen? Het antwoord is trouwens in alle gevallen hetzelfde: geen.’
‘Zal ik gaan?’
‘Ben jij druk?’
‘Altijd. Met eindeloos alledaags gedoe. Jij toch ook?’
‘Nee, helemaal niet.’
´Jij maakt je druk!´
´Ook niet.´
‘Nee? Wat bedoel je dan?’
‘Dat mijn tijd op is, vol, verbruikt. Mijn wijzers zijn versleten en vallen van de klok. Ik tiktak naar het uur nul.’
‘Dan blijf ik wachten.’
‘Fijn, de deur staat altijd open.’
‘Ook om er straks weer door te vertrekken?’
‘Hij sluit vanzelf. Dit is eigen aan een hospice.’
30 mei 2019 

Zoethouder 
 
Ik hoor huilen en de deurbel. Een moeder, twee kinderen, drie fietsen. Het meisje van een jaar of vier is door niet of overmatig op- en omkijken tegen de auto gebotst en met haar hoofd op de klep. Visioenen van een briesende eigenaar, gillende sirenes, ziekenauto voor haar bult, brandweer om het voorwieltje uit het achterspatbord te knippen en politie die haar in de boeien slaat op grond van artikel 5 WVW zijn haar teveel. We weren de schrik met woorden en stillen het verdriet met snoep. ‘Mijn broertje lust geen drop.’ Zij is uit het goede zoethout gesneden.
30 mei 2019 
 
Jarige 
 
‘Speelgoedtreinen?’
‘Ja, daar kan hij uren naar kijken. Net als naar een draaiende wasmachine.’
‘En een laptop?’
‘Nee joh, veel te ingewikkeld. Simpele voorwerpen die steeds dezelfde beweging maken hebben nu zijn aandacht.’
‘Zijn wereld is klein!’
‘Hij komt wel buiten, hoor, maar binnen is hij zichtbaar meer op zijn gemak.’
‘Hoe gaat het praten?’
‘Hij verhaspelt woorden, maakt onsamenhangende zinnen maar met wat logisch nadenken begrijp ik wel wat hij bedoelt.’
‘Weet je nog een leuk cadeau voor zijn verjaardag?’
‘Ja, doe maar een kleurboek met wat potloden of stiften.’
‘Hoe oud wordt hij ook weer? Twee…?’
‘Drieënnegentig.’
20 mei 2019  
 
Donderslag 
 
Ik tel negenennegentig woorden op en negentien jaren af voor de tijdreis naar die bloedhete zaterdagmiddag dertien mei. Ik zweet op begrippen die inslaan bij heldere hemel. Drie te gaan tot aan de catharsis. Nog twee. Een. Een oorverdovende knal vergezelt de drukgolf die mijn deuren ontzet en ruiten uit hun sponningen drukt. Invallende kilte. Een spookachtige pikzwarte rookpluim schuift voor de zon. Gillen, sirenes, brand, ontreddering, bloed en vuurwerk. Ik heb geluk, heb niets, behalve een bonkende hoofdpijn. Verderop in de wijk rokende zwartgeblakerde ruïnes, levenden, gewonden, doden. Impressies van de Apocalyps. De punt ontploft in mijn gezicht.
13 mei 2019